|
Africando is een musicaal project welke gevormd is in New York en bestaat uit een aantal Senegalese vocalisten. Later voegde nog meer Afrikaanse musici bij de groep en ontstond de Africando All StarsSinds de jaren 40 - 50 is Salsa erg populair in de Afrikaanse Westkust en dit was dan ook de richting welke Africando opging maar dan gemixed met AfrIkaanse ritmen. Africando is opgericht door Ibrahim Sylla van de Côte d'Ivoire en Malian arrangeur Boncana en Maiga van Fania All Stars. Mannen van het eerste uur waren oa: Ronnie Baro (Orquesta Broadway) Pape Seck (ex lid van Star Band), Nicholas Menheim (Youssou N'Dour), en Medoune Diallo (voormalig lid van Orchestre Baobab). De eerste twee albums die Africando uitbracht waren een enorm succes in zowel Afrika als de rest van de wereld. De zanger (en oprichter) Pape Seck stierf in 1995, en werd vervangen door Gnonnas Pedro (welke op zijn beurt in augustus 2005 stierf) en later door Ronnie Baró of Orquestra Broadway. Het eerste album was Mandali, waaraan tal van bekende Afrikaanse zangers meewerkten zoals Tabu Ley Rochereau, Koffi Olomide, Salif Keita, Sekouba Bambino, Amadou Balaké en Thione Seck. Deze nieuwe samenstelling werd al snel Africando All Stars genoemd. Bij deze verandering veranderde ook de taal waarin gezongen werd. Was dit in het begin Latin Amerikaans veranderde dit langzaam in Wolof (Senegalees dialect) een mix of traditioneel Afrikaans en Spaans. Dit gemixed met de traditionele Latijns Amerikaanse ritmen was erg succesvol voor Africando.
BachataBachata is - net als merengue en salsamuziek - Latijns-Amerikaanse volksmuziek uit de Dominicaanse Republiek.De muziek in vierkwartsmaat wordt vrijwel altijd gespeeld met een gitaar. Deze gitaar heeft een heel eigen geluid en geeft de muziek direct een onmiskenbare sound. De zang is vaak jammerig en de teksten gaan vaak over gebroken harten en tragische liefdes. De vroegere naam voor dit genre was dan ook “amargue” wat verbitterdheid betekend. Pas later kreeg het de naam “bachata”, waarom is niet helemaal duidelijk. In de Dominicaanse Republiek is de bachata lang geboycot door de media omdat het lange tijd gezien werd als een muziek van de armen in de achterbuurten, maar eind jaren 90 wist de muziekstroming zich door middel van verkoop van cassettebandjes en concerten overeind te houden. Pas toen is de bachata doorgedrongen tot de radio- en televisiestations op het eiland en niet lang daarna kreeg het een internationaal publiek. Tegenwoordig wordt de bachata nieuw leven ingeblazen door jonge muzikanten die de traditionele gitaar aanvullen met popinvloeden. Internationaal bekend werd bachata mede door de nieuwe lichting jonge muzikanten die de traditionele gitaar aanvullen met allerlei popinvloeden. Inmiddels heel bekend in Nederland is de band “Aventura”, zij haalden recentelijk zelfs de top 40 met de hit “Obsesion”. Maar al veel eerder bekend in Nederland is Juan Luis Guerra die met zijn cd “Bachata Rosa” in 1992 hoog scoorde in ons koude kikkerlandje. De bachata is een partnerdans. Het wordt doorgaans erg close gedanst en kent een klein, steeds terugkerend hupje, dat met de heup wordt uitgevoerd. Vaak wordt er ook niet veel gecombineerd en gedraaid, maar er wordt meer rustig genoten van de muziek. Op salsafeesten is naast de merengue daarom ook de bachata een welkome afwisseling op de vaak snelle salsamuziek. Bongo Bongo's zijn kleine trommels afkomstig uit Latijns Amerika. Ze worden meestal paarsgewijs bespeeld, waarbij de ene trommel groter is dan de andere. De bongo's worden zittend, met gekruiste benen, bespeeld met de trommels tussen de knieën. Ze kunnen ook gemonteerd worden op een standaard. Je kan je vingers of de platte kant van je hand gebruiken om een breed gamma van slagen en indringende klanken te produceren. Bongo's zijn kleine handtrommels die meestal per twee aan elkaar hangen en samen bespeeld worden. Bij drumbands en malletbands worden de bongo's opgehangen aan de kleine trom en worden ze bespeeld met mallets. Bongo's hebben meestal een vel-diameter van 7" en 8 1/2" (resp.zo'n 17,8 en 21,6 centimeter). Bongo's worden gemaakt van hout of van fiberglas. Hout levert meestal een warme, volle en diepe klank. Dit is overigens wel afhankelijk van de houtsoort en de dikte van het hout. Fiberglas heeft over het algemeen een feller en krachtiger karakter. De vellen worden meestal bespannen via spanhaken (meestal vier per bongo). Onder de bongo zit een stevige onderring. Daar lopen de spanhaken doorheen en worden ze met bouten aangedraaid. Hierdoor wordt het hout van de bongo niet doorboort en dat komt het geluid van de bongo ten goede. Af en toe worden de vellen bespannen via spanbouten in spanklauwen. Deze spanklauwen zijn dan geschroefd op het hout van de bongo. Je ziet deze variant meestal bij goedkope bongo's. Bongo's worden door percussionisten veelal samen met conga's opgesteld / bespeeld. Bongo's hebben over het algemeen een felle klank. Dat komt enerzijds omdat de bongo's een kleine vel-diameter hebben waardoor de klank hoog is. Daarnaast zijn bongo's klein van stuk; de diepte van de trommels is niet groot. De klank van de bongo's wordt beïnvloed door veel factoren. De meest belangrijke elementen die de klank bepalen zijn:
De eerste factor is reeds beschreven (hout versus fiberglas). Het materiaal van het vel is ook cruciaal. Meestal zijn bongo's bespannen met een natuurvel (bijvoorbeeld geitenvel of buffelvel). Natuurvel klinkt per definitie warm, vol en (voor zover mogelijk) diep. Soms worden bongo's met een kunstvel bespannen. Deze 'plastic' vellen zie je meestal gemonteerd op bongo's van een drumband of malletband, omdat kunstvellen veel minder kwetsbaar zijn voor weersinvloeden. Een kunstvel klinkt meestal wat krachtiger, feller en scherper dan een natuurvel. De tweede factor is de spanning van het vel. Hoe strakker het vel is gespannen, hoe hoger de bongo klinkt. Daarnaast geldt hoe kleiner de diameter van het vel, hoe hoger het geluid van de bongo. De bongo's worden altijd op elkaar afgestemd. Dat wil zeggen dat de 'hoge' bongo goed samen klinkt met de 'lage' bongo. Verder bepaald de manier van spelen de klank. Zo kunnen bongo's worden bespeeld met stokken (bijvoorbeeld bij een drumband), maar meestal worden bongo's met de hand beroerd. Daarbij geldt dat een vlakke handslag anders klinkt dan een iets gebogen handslag. Verder kan je de bongo's bespelen met de hele hand, de handpalm of juist alleen met de vingertoppen. Tot slot is de plaats waar je op de bongo's slaat bepalend voor het geluid. Speel je de bongo's op de rand van het vel, dan geeft dat een hogere en fellere klank dan wanneer je de bongo's in het midden van het vel bespeeld. Zo zijn er zeer veel verschillende technieken waarmee een percussionist kan variëren.
Cabasa De Cabasa, ook wel Shekere genoemd, valt onder de noemer van percusie instrumenten en bestaat uit een cilinder van geribbelt metaal met hieromheen ringen van stalen ballen. De cilinder is bevestigd aan een handvat welke in de lengterichting word gedraaid terwijl de ringen met de stalen ballen met de andere hand worden tegengehouden. Het origineel komt uit Afrika en betaat / bestond uit een gedroogde (peerachtige) vrucht met hieromheen een net van kralen. Zowel de originele als de huidige versie (met de metalen ringen) brengen een ratelend geluid voort en word veel in de Latin Jazz gebruikt, voornamelijk in de Bossa Nova. Ook is dit instrument zeer goed te combineren met andere Latin muzieksoorten. ![]() Carlos Puebla (1917-1989) Composer, guitarist and singer. Being very young, he obtained self-taught knowledge of guitar, although he tried some other jobs before completely devote his life to art. In 1953, he founded Los Tradicionales Conjunct and started performances at the famous La Bodeguita del Medio Restaurant on 1962. Later on, he made musical studies at the Escuela de Superación Profesional de la Habana (School of Professional Development in Havana), 1959. In his creations, he sings to the most relevant events of the Cuban people's history, becoming a chronicler of all national occurrence since 1959 up to his death. He used a serious and direct language, tinged in many cases, with the most popular and criollo humor, as a good example we can highlight the guarachas Y en eso llegó Fidel and La OEA es cosa de risa; Yankees go home; El son de la alfabetización and the song Hasta siempre Comandante, devoted to Ernesto Ché Guevara, composed in 1995 making of him a well-known figure in the international scene. He also tackled in his work love and people`s daily labor. Prolific composer with about one thousand of works, citing boleros, sones, guarachas. The lyrics of his songs have been translated into various languages and his musical works have been used for Cuban cinematography in such films as Alba de Cuba, Estado de sitio and Nuestro hombre en la Habana, among others. Together with his group, he made a lot of TV programs and international tours around Latin American countries, recording also LP records via EGREM Label. His works are currently part of diverse Cuban singers' repertoire. Selection of Works Hasta siempre, Canto a Camilo, Y en eso llegó Fidel, Si no fuera por Emiliana, Quiero hablar contigo, Qué sé yo, Cuenta conmigo. His repertoire also includes marches, hymns, tangos, cradle songs, sones, boleros and songs in general conforming the most varied rhythmic and melodic music.
Celia Cruz Celia de la Caridad Cruz Alfonso (21 oktober 1925 – 16 juli 2003) was een Amerikaanse zangeres van Cubaanse afkomst. Ze werd bekend als de Queen of Salsa. Ze werd geboren in de Cubaanse hoofdstad Havana waar haar muzikale loopbaan begon in haar kinderjaren, toen zij zong op straathoeken. In 1950 verving Cruz de zangeres van de band La Sonora Matancera. Dit was haar grote doorbraak want ze werd een van Cuba's grootste sterren. Na de machtsovername door Fidel Castro in 1960 vertrok La Sonora Matancera voor een geplande tournee door Mexico. In plaats van terug te keren naar Cuba vluchtte de band echter naar de Verenigde Staten. Cruz kreeg het staatsburgerschap in 1961 en weigerde naar haar vaderland terug te keren zolang de communisten daar de macht hadden. In 1962 trouwde ze met de trompettist van de band, Pedro Knight, die later haar manager zou worden en een centrale figuur zou worden in haar muziek als inspirator voor talloze songs, als getuigenis van een gelukkig huwelijk. Twee dagen voor haar dood vierde het paar de 41e huwelijksdag en Knight was aan haar zijde toen ze stierf. De invloed van Cruz strekte zich ver uit buiten podium en opnamestudio. Door haar stijl en creativiteit gold ze met name in de Verenigde Staten als ambassadeur van de Latijnse cultuur. In haar carrière van meer dan vijftig jaar, waarin ze meer dan 70 albums uitbracht en optrad in 10 films, verwierf ze de hoogste onderscheidingen, waaronder vijf Grammy's en twee Latin Grammy's. Ook werd ze geëerd met onderscheidingen buiten de muziekwereld waaronder eredoctoraten van Yale Universiteit, Florida International Universiteit en Miami Universiteit, een National Medal of Arts, de hoogste eer voor een artiest in de Verenigde Staten en een ster in de Hollywood Walk of Fame. Straten in New York, Mexico, Costa Rica and Miami, Florida zijn naar haar genoemd. Op muzikaal gebied werkte ze veel samen met drummer Tito Puente. Samen leverden ze een grote bijdrage aan het populariseren van Latijnse muziek en de Salsamuziek in Amerika en Europa. Naast haar werk met Puente werkte ze samen met Johnny Pacheco, Willie Colon, Pete Conde, Ray Barretto, Sonora Poncena en Fania All Stars en maakte vele Latin music klassiekers. Ze doorbrak culturele grenzen door samen te werken met populaire Amerikaanse artiesten als Patti Labelle, David Byrne en Dionne Warwick. Tegen verslaggevers hield ze vol dat ze op het toneel zou sterven, onder het roepen van de kreet 'Azucar!' (Spaans voor "Suiker") maar haar laatste dagen bracht ze door in haar huis in Fort Lee, New Jersey waar ze herstelde van een hersentumor-operatie in december 2002. Celia Cruz overleed op 16 juli 2003 in Fort Lee, New Jersey. ChanzaDe verschillende betekenissen van het woord CHANZA Uit het Spaans;
Chanza (m) el chanza
plezier, de vreugde , de blijdschap.
Chanza (v) la chanza grap, de farce, de klucht, dwaze vertoning
Uit het
Italiaans;Chancha A Spanish word which has gone through similar meanings that were etymologically unrelated. The most obvious meaning is `sow,' the female of chancho, `hog.' The more common Iberian word for hog, also used in America, is cerdo. The word chancho is a Latin American variant of sancho, now primarily a dialectal term in Aragon and La Mancha, derived from ``sanch,'' a hog call. This points to yet another sly reference to pork in Cervantes. (In Castilian of Galicia, sancho and sanchino are used as rabbit calls. What rabbits they must have!) The widely used cochino (also cocho) is similarly derived from widely used hog calls (coch, coche, cocho). Originally, cochino referred to unweaned pigs, but the meaning became generalized to any hog. The same thing happened with pig in English, which originally referred only to young swine. To this day, farm folk insist on the difference, but city folk -- and we're almost all city folk now -- are indifferent to the difference. Frankly, I rarely encounter either of the words cochino or pig in any but a metaphorical sense, to say nothing of the animals the words represent. All the more common words for hog have derived terms. In Latin America, for example, chanchero (or chanchera) is someone working in the pork business (anything from `hog farmer' to `pork butcher'), and chanchería is a `shop that sells pork or sausage.' Chancho and chancha are used figuratively in the sense of `filthy person.' Also, a chancho in chess (ajedrez) is a `blocked pawn.' I don't know why; possibly this has to do with the use of chancho in the specialized sense of a hog fattened and destined for slaughter. At least cochino is used this way. Cochino is also used for various contemptible or pitiable types -- the miserly, crass, slovenly, fat, filthy, or poor. From these extensions of meaning one would not be too surprised to find chancha also meaning a `lie' or `cheating trick.' It once had these meanings as well, but the etymology is elsewhere completely. The word was a seventeenth century or earlier borrowing of the Italian ciancie, and the ci's were properly transliterated as ch in Spanish. The Italian word could also be used with the more innocent connotation of `joke, jest.' This sense is either preserved or re-evolved in the word txantxa of western Basque dialects. (See also the chiste entry.) Within Spanish, the emphasis of the word quickly shifted to subtility and graciousness. The pronunciation (now chanza) has also shifted over the years. The Italian word is not supposed to have anything do with the French word chance. It has intriguing similarities to German words like zenzeln (`caress, fondle') and Modern Greek tzátzala (`gossip'). Somehow, no matter where they come from, words associated with irregularity of some sort seem to congregate in the cham/chan section of the Spanish dictionary. There's chancar (considered of American Indian origin) meaning `beat, `break,' or `grind,' changar (considered onomatopoeic, God help me) meaning `destroy,' and chantaje (from French chantage), meaning `blackmail.' Various words for old-fashioned or ill-fitting things begin in cham. Even an exception to this pattern, the Indian-origin word chancaca, meaning a dough prepared with sugar or honey, includes the unfortunately suggestive ``caca.''
http://www.plexoft.com/cgi-bin/C.cgi Het Instrument; Chanza is a long-necked spiked lute with an oval wooden frame and snake skin covering stretched over both faces. The three strings are fixed to a bar, which is inserted in the body. The instrument is struck or plucked with a plectrum made of horn or with the fingers. Original it was used in the late 1900 in Mongolia and is still used by some Russian folk groups. De rivier in Spanje Rivier in Andalusie (Huelva) op de grens met Portugal. Plaats in Tanzania Er is een plaats in centraal Tanzania met de naam Chanza. La Chanza Het dorpje La Chanza in Colombia bevind zich in de regio Huila. http://nona.net/features/map/placedetail.1756151/La%20Chanza/. http://www.visomap.com/place-fr/La+Chanza/6212449 Chanza Gevonden op Internet (bron niet bekend) chanza(el ~ (m)) als in `gusto`: voorkeur (de ~), keuze (de ~), smaak (de ~ (m)), voorliefde (de ~ (v)), plezier (het ~), lol (de ~), pret (de ~), keet (de ~), gein (de ~ (m)), jolijt (de ~), leut (de ~), genoegen (ww.), lust (de ~ (m)), genot (het ~), jool (de ~ (m)), aardigheid (de ~ (v)), vreugde (de ~ (v)), blijdschap (de ~ (v)), smaakwaarneming (znw.), content (znw.), tevredenheid (de ~ (v)), drift (de ~), wellust (de ~ (m)), welgevallen (ww.), schik (de ~ (m)), leukheid (de ~ (v)), vrolijkheid (de ~ (v)), blijheid (de ~ (v)), opgewektheid (de ~ (v)), blijmoedigheid (de ~ (v)), seksuele begeerte (znw.), liefhebberij (de ~ (v)), netheid (de ~ (v)), ordelijkheid (de ~ (v)), keurigheid (de ~ (v)), onberispelijkheid (de ~ (v)), hupsheid (znw.), uitgelatenheid (de ~ (v)), lustigheid (de ~ (v)), tijdverdrijf (het ~), cadeautje (het ~) chanza(el ~ (m)) als in `chanza`: plezier (het ~), vreugde (de ~ (v)), blijdschap (de ~ (v)), farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.) chanza(la ~ (v)) als in `farsa`: oplichting (de ~ (v)), oplichterij (de ~ (v)), zwendel (de ~ (m)), zwendelarij (de ~ (v)), gezwendel (znw.), façade (de ~ (v)), schijnvertoning (de ~ (v)), uiterlijke schijn (znw.), voorwending (de ~ (v)), farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.), koddig verhaal (znw.), boerenbedrog (het ~) chanza(la ~ (v)) als in `broma`: plezier (het ~), lol (de ~), pret (de ~), keet (de ~), gein (de ~ (m)), jolijt (de ~), leut (de ~), grap (de ~), aardigheid (de ~ (v)), uiting van vrolijkheid (znw.), grapje (znw.), geintje (het ~), gekheid (de ~ (v)), pretje (het ~), scherts (de ~), lolletje (het ~), leukheid (de ~ (v)), gekte (de ~ (v)), gekkigheid (de ~ (v)), dwaasheid (de ~ (v)), zotheid (de ~ (v)), idioterie (de ~ (v)), malheid (de ~ (v)), grappenmakerij (de ~ (v)), farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.), koddig verhaal (znw.), paalworm (de ~ (m)) chanza(la ~ (v)) als in `carnavalada`: farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.) chanza(la ~ (v)) als in `joda`: farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.) chanza(la ~ (v)) als in `mascarada`: farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.) chanza(el ~ (m)) als in `sainete`: farce (de ~), klucht (de ~), dwaze vertoning (znw.), koddig verhaal (znw.) Claves Zie verderop onder Salsa Congas Een Conga is een circa 70-75 cm hoge eenvellige trommel, tonvormig en open aan de onderkant, die meestal met de handen wordt bespeeld. De oorsprong van het instrument is terug te vinden in de Congolese Makuta-trommel. Deze werd via slaven meegevoerd naar Cuba en werd uiteindelijk belangrijk in de Cubaanse muziek. Na 1930 werd de conga door Newyorkse jazzorkesten ontdekt, waarna het instrument geleidelijk ingeburgerd raakte in de westerse muziek. De Conga kreeg met de jaren heel wat veranderingen in vorm en uiterlijk. Vandaag de dag zijn de conga's wat dikker ("buikiger"). Het instrument wordt gemaakt van hout of fiberglas. Houten Conga's klinken over het algemeen warmer, voller en dieper dan fiberglas conga's. Echter, Conga's van fiberglas hebben doorgaans een feller en iets krachtiger karakter dan zijn houten broeders. Ondanks dat er kunststofvellen bestaan, worden er meestal toch nog natuurvellen gebruikt. Dit vanwege de warmere klank die bij natuurvellen ervaren wordt. Een natuurvel wordt van een dierenhuid gemaakt (denk aan geitenvellen of buffelvellen). Een Conga wordt gestemd m.b.v. een metalen ring en spanhaken, waarmee je het vel strakker of losser kan spannen. Hoe strakker het vel, hoe hoger de conga klinkt. Conga's hebben in de regel vijf of zes spanhaken. ![]() Conga's worden bespeeld in sets van twee, drie of meer. Elke conga uit de set heeft een andere vel-diameter. Vaak hebben percussionisten ook bongo's bij de Conga's opgesteld. De vel-diameters worden internationaal met inches aangegeven (geldt voor alle soorten trommels). In Westerse landen zijn dit de meest gangbare namen en maten voor conga's: Superquinto of Requinto; 10" ofwel ca. 25,4 cm vel-diameter Quinto; 11" ofwel ca. 27,9 cm vel-diameter Conga; 11 3/4" ofwel ca. 29,8 cm vel-diameter Tumba; 12 1/2" ofwel ca. 31,7 cm vel-diameter Hierbij geldt dat de diepte-maat van de conga's meestal tussen de 28" en de 30" liggen. Hoe groter de vel-diameter, hoe lager de conga klinkt. Op Cuba zijn Conga's bekend onder de verzamelnaam "tumbadora's" en worden de afzonderlijke trommels meestal aangeduid met de functie die ze in een bepaalde muziekstijl vervullen. Zo wordt de grootste trommel in de guaguanco-stijl aangeduid met de term "salidor" en in de makuta-stijl met "caja". Virtuoze conga-spelers (conguero's) zijn bijvoorbeeld de Cubaan Changuito en de Puertoricaan Giovanni Hidalgo.
|
| D | ||
Don Pio Leiva |
Don Pío Leiva This living legend of Cuban music is a master of all situations. With his ambling walk, his unique personal style, and his incredible charisma, when he starts to improvise.while demonstrating the innate creative ability that is the hallmark of every good Cuban sonero.it doesn’t matter whether he’s singing a son, a guaguancó, or a tango. It inevitably comes out with the delightful intensity and naturalness that only one person can muster: Don Pío Leiva.
The perfect gentleman, each evening he
asks the audience to give a round of applause to the musicians
accompanying him: here once again, a great master giving a lesson in
modesty by acknowledging the magnificent work of his musicians, who are
proud to have the chance to work with and learn from him in the greatest
school of the son montuno there. Ever since he launched his
career as a professional singer with the "Conjunto Caribe" of Juanito
Blez, preceded by work as a bongo player at a very tender age, his
voice.with its unique flavor.become one of the most important in that
"golden age" of big bands. Alongside figures like Benny Moré, Compay
Segundo, Roberto Faz, La Aragón, Arcano y Sus Maravillas, la Riverside,
and el Conjunto Casino de la Playa, he won himself a permanent place in
the pantheon of greats of Cuban music, popularizing an extensive list of
hits.writing many of them including "Francisco Guayabal", and
interpreting numerous others such as "Anabacoa", "Pío Mentiroso", and
"Los Pescadores de Varadero", to mention just a few.
Since the 1940s and 50s, hundreds of his
records have been sold umpteen thousands of times throughout Latin
America and in the United States. And now that Cuban music has regained
its enormous popularity around the world, since he sang for the
recordings of "A Toda Cuba Le Gusta" with the "Afro Cuban All Stars" and
starred in the movie "Buena Vista Social Club", in addition to playing
concerts in New York and Amsterdam, his name has once again begun to
shine next to those of old colleagues such as Compay Segundo. Pío was
once the singer of the group "Compay y Sus Muchachos", and now, in his
second youth, he is again appearing on the world’s great stages, where
he is only receiving what is his due: the recognition and respect of
informed audiences around the globe.
Pío has been on major concert tours in
recent years, for instance with the "Afro Cuban All Stars", "Buena Vista
Social Club", Barbarito Torres and his band, and most recently with the
group "Soneros de Verdad", led by the young but experienced singer Luís
Frank, who has also shared the stage with Compay Segundo and the "Afro
Cuban All Stars". Together with the "Soneros de Verdad", Pío has toured
more than 12 countries including Germany, Switzerland, Austria, Italy,
Portugal, France, Belgium, England, Luxemburg, and Denmark. Together
with these soneros, he has continued to reap successes. Despite
his 84 years, he has masterfully interpreted musical gems such as "Francisco
Guayabal", the bolero "Cuando Ya No Me Quieras", and many other
sons including "El Cuarto de Tula" and "Anabacoa".
On this recording, made in Cuba and mixed
in Germany, he delights us with some of his best-known hits arranged by
the musical director of the "Soneros de Verdad", Manuel de la Cruz, in
addition to the tune from which the band has taken its name, composed
and sung by sonero Luís Frank, pieces co-authored by Luís Frank
and Manuel de la Cruz, outstanding renderings of classics such as the
bolero "Pensamiento", with special guests Virginia and Eugenio, who
are both authentic soneros from eastern Cuba and belong to the
extended family of the "Soneros de Verdad".
For the benefit of the great clan of the
world’s soneros, here the master Pío Leiva, a living embodiment
of the history of the son, invites you to enjoy the best of Cuban son
music. For you, ladies and gentlemen, here is the legend, the master
who has been singing of life and love for more than 60 years, the king
of improvisation: from Cuba for the world, Don Pío Leiva!
| F | ||
Fruko y sus Tesos |
Volgens sommige belangrijke "koppen" in de Latin Scene is de band Fruko y Sus Tesos een van de belangrijkste export producten van Colombia.
Ze hebben al vele LP's en andere muziekstukken / samenwerkingen op hun naam staan en nummers als Pura candela, Los Charcos , El preso, Cali de rumba, Son de la loma, El patillero, Tania , Charanga campesina, Barranquillero Arrebatao, Tabaco y Ron en Cachondea zijn dan ook welbekend het nummer El Preso (de gevangenis) is bij vele HET geliefde / bekenste nummer.
Ernesto Fruko Estrada began met zijn muziekale cariere op 15 jarige leeftijd bij de inmiddels legendarische band Los Corraleros de Majagual. Zij gaven he=m de mogelijkheid om kennis te maken en zich te orienteren op de Salsa scene in New York
De Cartageense zanger Joe Arroyo kwam in 1973 bij de groep en stuwde de groep in de jaren hierna naar ongekende hoogte voordat hij solo ging.
Wilson "Saoko" Manyoma (uit Cali, Colombia) die uit de band Los Latin Brothers kwam, volgde Joe Arroyo op. Hij was niet allen de zanger van El Preso maar drukte een belangrijk stempel op de band voordat ook hij solo ging. het wordt gezegd dat hij de "voice" van Fruko y sos Tesos was en eigenlijk nog steeds is en dat door zijn bijdrage de muziek van de band zo'n lekkere Colombiaanse "Charanga" (flavor) heeft.

| G | ||
Guajira / Guiro |

Guajira De Guajira wordt ook wel de Cubaanse blues genoemd waarin Spaanse invloed duidelijk overheerst en de maat zich afwisselend in 6/8 en 3/4 beweegt. Guajira is afkomstig van de Cuban música campesina (plattelandsmuziek) en beschrijft de schoonheid van het Cubaanse platteland en wordt vaak gezongen door een solist die zichzelf begeleid op gitaar. (lijkt op criolla en punto).
Het eerste deel is a minor key, het tweede deel is in a major key. Een goede beschrijving zou zijn langzame muziek in 4/4 maat.
Het vertoont ook overeenkomsten met de tragere structuur van de blues, maar met een Cubaans ritme. Het is vooral de muziek van en over de landarbeiders. Het wereldberoemde “Guantanamera” is een mengvorm van Guajira en Son. Bij de Guajira ligt de nadruk meer op zang dan op dansbaarheid.
Guiro / Guira De guiro is een houten percussie instrument en is een slagwerkinstrument met een raspend geluid.
Het wordt veelal gemaakt uit een kalebas waar over de lengte dwarsuithollingen gemaakt zijn.
Met een stokje wordt over de verhoogde ribbels wordt geschraapt, terwijl men het lichaam vasthoudt met duim en wijsvinger van de andere hand. Schraapinstrumenten zoals stokken, beenderen, schelpen en schalen dateren van de pre-historische tijd.
De guiro wordt gebruikt om een onderscheidend geluid te maken, en nadruk te leggen op een bepaald ritme.
Hij wordt vooral gebruikt in Latijns-Amerikaanse muziek.
De Guira is de metalen versie van de Guiro. De metalen cilindervormige bus die bespeeld wordt met een schraper in de vorm van een vork. Wordt gebruikt in de Dominicaanse Merengue.
| I | ||
Ibrahim Ferrer |
Ibrahim Ferrer
Septuagenarian
Ibrahim Ferrer who was born at a social club dance in Santiago, 1927. He
began singing professionally in 1941 with local Santiago groups, working
wherever he could make a living by day and singing by night. By the
1950s he was established as the singer with Pacho Alonso's group and was
able to concentrate on music full time. Ferrer began guesting with
Orquesta de Chepin and Benny Moré, two of the legendary names of Cuban
music. Alonso's band moved to Havana in 1959, and Ferrer stayed with the
group for more than twenty years. By the 1970s, the group had become
known as Los Bocucos and pioneered the polón rhythm, which was reputedly
based on the sound of pounding the coffee beans.Musicians in Cuba have never been paid much and Ferrer is one of the remarkable number of vintage musicians who has been supported on a small state pension which he supplemented by the hard earned money he received by shining shoes. Ferrer lives in Old Havana in a tiny apartment within a crowded and moldering nineteenth-century house with his wife and assorted junior relatives. As money is tight (the average monthly salary is $15), the older generations tend to conserve their small pensions by hanging out not far from their open doors. This is exactly where Ferrer was when destiny came knocking and is best explained in Ibrahim's own words, "An angel came and picked me up and said, 'Chico, come and do this record.' I didn't want to do it because I had given up on music. But now I have my own record, my first one ever, so I'm very happy. I don't have to shine shoes anymore." That angel took him to make the Afro-Cuban All Stars CD, A Toda Cuba Le Gusta.
1999 Tour
Following the success of Rubén González sell-out tours across Europe in 1998, stars of the Buena Vista Social Club return to the stage for a seven week tour of Europe in the UK, France, Germany, Switzerland, Italy, Austria and Scandinavia.
Featuring his own Orquestra Ibrahim Ferrer, Ibrahim Ferrer is joined by Omara Portuondo and Manuel Galbán (former los Zafiros guitarist) an expanded line-up including a horn section with four saxes and full percussion section. Ibrahim Ferrer is op 78-jarige leeftijd overleden. Twee andere leden uit de Buena Vista Social Club waren al eerder overleden: Compay Segundo en Ruben Gonzales.
| J | ||
Jesus Rasgado |
Jesús Rasgado (1907-1948)
This inspired composer, better known as Chuy Rasgado, was born in San Juan Guichicovi (Mexico) in the Juchitan district, on January 7, 1907. His most popular musical composition was "Naila".
When he was four years old, his family moved to Santo Domingo Petapa; he studied two years of elementary school there. At 12 he enrolled in a small music band playing cymbals and bass drum. With surprising ease he learn solfeggio, and at 15 he was the band’s conductor. His romantic song "Naila" was extraordinarily popular. He travelled extensively throughout the Mixe region and organised and conducted bands in Totontepec, Juquila and Yalalag, Malacatepec, Zacatepec, Ixuintepec, Tutla, Santa Catarina, Mazatlán, Camotlan, and Cacalotepec. In 1938, a band formed and conducted by himself won first place in a state band competition during the Indigenous Fair, while General Vicente Gonzalez Fernandez was Governor. He asked the Governor, as his reward, "A better life for my indigenous brothers in Zempoaltepetl, abolition of the region’s chieftain leadership, and more schools and teachers."
He composed 36 songs, in addition to funeral marches and sacred music dedicated to Saint Domingo de Guzman and to Saint Juan Degollado.
He wrote and interpreted many others, such as, "Solo por ti" (Only for You), "Penultimo beso" (Our Next to Last Kiss), "Somos tres" (We are three), "Renunciacion" (Renunciation), "Adios" (Farewell), "La misma noche" (The Same Night), "Vuelve otra vez" (Come Back Again). At some point he was in Mexico City, and Agustín Lara offered to help with his career after listening some of his musical compositions. He died in his native town on September 28, 1948.
| M | ||
Mambo / Maria Theresa Vera / Mariachi / Maracas / Merengue / Montun(a)(o) / Muscia Cubana |
Mambo De mambo is een Cubaanse dans en muziekvorm. De dans behoort tot de Latijns-Amerikaanse dansen en is ontwikkeld in Cuba met als verre voorouder de oorspronkelijke rumba. De naam komt van een gelijknamig muziekstuk gecomponeerd door Orestes en Cachao López, rond 1938, en is tevens de naam van een Haïtische Voodoo priesteres. Het muziekstuk was een danzon waarin verscheidene ritmes uit Afrikaanse volksdansen werden gecombineerd.
De dans is ritmisch gelijk aan de langzamere Bolero, maar heeft complexere danspatronen.
De dans is eind jaren '80 even heel populair geweest dankzij de film Dirty Dancing, waarin Patrick Swayze deze dans op romantische wijze aan Jennifer Grey leert.
Mariachi Een Mariachi is een Mexicaans (straat) orkest bestaande uit minstens 2 violen, 2 trompetten, Gitaar of Vihuela (soort gitaar met 5 snaren), Gitarron (Mexicaanse basgitaar) en zangers. De naam Mariachi wordt zowel gebruikt voor de orkesten als voor de muzieksoort die zij ten gehore brengen. Mariachi's gaan doorgaans gekleed in Mexico's nationale kledij, de outfit van de charro (ruiter).
Mariachimuziek is in de 19e eeuw ontstaan, toen muziek van Spaanse theaterorkesten gecombineerd werd met Mexicaanse instrumenten. De muziek komt oorsponkelijk uit de westelijke deelstaat Jalisco, de staat waaruit ook Mexico's populairste mariachiorkest, Mariachi Vargas de Tecalitlán, afkomstig is. Nadat Vargas de Tecalitlán op uitnodiging van president Lázaro Cárdenas (1934-1940), die een fan van het orkest was, naar Mexico-stad werd gehaald om op de inhuldiging van de president te spelen raakte de muziek over het hele land populair. In Mexico-stad zijn een aantal plaatsen waar mariachi-orkestjes zich verzamelen en voordat ze zich laten inhuren voor feesten en toeristenvermaak in hotels, voor een min of meer vast tarief per nummer op verzoek liederen ten gehore brengen. Vooral het Garibaldiplein is bekend om haar mariachi's.
Vihuela
Van oorsprong is de Vihuela een spaanse variant van wat wij kennen als de luit maar dan met 12 snaren en komt oorspronkelijk uit de 16de eeuwse Spanje. Ook Prtugal en Italie hebben hier een variant op.
De Mexicaanse Vihuela is een verre "nazaat" van deze Spaanse gitaar maar dan maar met 5 snaren en heeft eigelijk geen gelijkenis meer met het origineel. Hij heeft de vorm van de Gitarron maar dan kleiner. Een leuk detail is dat de de 5 meestal nylon snaren zijn gestemd als een normale gitaar naar de laatst twee zijn een volle octaaf hoger gestemd.
Gitarron

Een Gitarron is een Mexicaanse basgitaar. Een gitarron heeft ongeveer de mensuur van een Spaanse gitaar maar is veel dikker. De achterzijde is niet vlak zoals bij de meeste gitaren, maar gepunt; Het dikste punt is ongeveer 10 centimeter dikker dan de zijkant. De 3 hoogste snaren zijn van dik plastic, de drie laagste zijn omwonden met metaal. De gitarron heeft geen fretten. De snaren worden (vaak met twee tegelijk) geplukt met de vingers van de rechterhand. De Gitarron wordt vooral gebruikt in een Mariachi-orkest
Gitarron
Maracas
De maracas (in de volkstaal ook wel
sambaballen genoemd) is een muziekinstrument uit de groep van idiofonen
van Zuid- en Midden-Amerikaanse
oorsprong. Het instrument is echter van
indiaanse oorsprong.
Sommige Zuid-Amerikaanse indianen gebruiken 1 maraca voor rituele
doeleinden.
De
maracas bestaat tegenwoordig uit twee identieke shakers veelal gespeeld
door een vocalist. De traditionele vorm is een kalebas, ritueel gevuld
met zaden, voorzien van een houten handgreep. De moderne vormen worden
van allerlei materialen gemaakt waaronder plastic.
Als de maracas niet al te snel worden
bewogen produceren ze een ruisend geluid. Bij snellere bewegingen vanuit
de pols ontstaat een veel scherpere droge tik. De combinatie van beide
geluiden maakt het instrument karakteristiek in veel Latijns-Amerikaanse
dansen zoals de
rumba,
en met name de
Mexicaanse mariachi.
Maracas worden ook in het
Orff-instrumentarium toegepast.
Trivia

De Nederlandse komediant André van
Duin schreef ooit het carnavalslied "Sambaballensamba" waarin
dubbelzinnige toespelingen op de sambabal werden gemaakt als "Wie mee
wil doen die slaat, met z'n ballen in de maat".
Maria Theresa Vera
Maria Teresa Vera werd in 1895 geboren
in Guanajay en stierf in 1965 in Havana. Zij is een bekende Cubaanse
troubadoure, zangeres en gitariste maar vooral ook componist.
María
Teresa Vera is een Trovadora* met een groot timbre in haar stem, een
grote muzikale herinnering met een persoonlijke stijl in liedteksten.
Muziekwetenschapper Cristóbal Díaz schrijft: 'Zij had nauwelijks kansen.
Ze was een vrouw, een mulatte en ze kwam uit de verre provincie.' Dat
was het grote probleem voor vrouwen die een plaats wilden veroveren in
de mannenmuziekwereld van Havana in het begin van de twintigste eeuw. De
gedachte bestond dat vrouwen in de muziek vooral geschikt waren als
danseres. Toch slaagt ze erin naam te maken in duo's samen met Manuel
Corona (sinds 1922) en Rafaël Zequeira (sinds 1924).
In maart 1925 richt ze
samen met Miguelito García het Sexteto Occidente op dat ze in
1933 verlaat en achterlaat in de handen van Ignacio Piñeiro. Zij was
door de dood van haar duo-partner Rafaël Zequeira in een levenscrisis
terecht gekomen. Om die het hoofd te bieden sluit ze zich rond die tijd
aan bij de santería-godsdienst.
María Teresa Veras grote bekendheid - ook in het buitenland - is te
danken aan de vele tournees met de eerder genoemde musici. Veel van haar
liederen worden nog steeds gezongen, bijvoorbeeld door Omara Portuondo.
Eén van de bekendste nummers is de Bolero Veinte Años
die ook door Omara Portuondo wordt gezongen op het album Buena Vista
Social Club Album.
Merengue
Merengue is een muziek- en dansstijl
die evenals de Bachata afkomstig is uit de Dominicaanse Republiek. Het
tempo ligt hoger dan dat van salsa en de basis-danspas eenvoudiger
(1,2,1,2 versus 1,2,3-5,6,7 in de salsa). Nog hoger ligt het tempo bij
de zogenaamde 'hot merengue': die heeft wellicht het snelste ritme van
alle Latijns-Amerikaanse muziekstijlen en dansen.
Bekende merenguemuzikanten zijn onder
meer Las Chicas Del Can, Kinito Mendez, Johnny Ventura, Miriam Cruz,
Fernandito Villalona, Elvis Crespo en Juan Luis Guerra.
Montuna
Montuna of Montuno worden
samen in een adem genoemd met Son. Kijk voor verdere informatie bij
Son.
MUSICA
CUBANA
Regie: German Kral
Executive producer: Wim Wenders Met: Pio Leyva, Brabaro Marin, Elom
Ferrer, Luis Frank en introducing Chiki Chaka Girls
Barbaro is een typische
taxichauffeur in de Cubaanse hoofdstad Havanna. Zijn ritten maakt hij in
een klassieke Amerikaan uit de jaren vijftig, maar zijn hart ligt
eigenlijk in het maken van muziek. Op een avond heeft hij de beroemde
84-jarige zanger Pio Leiva van de Buena Vista Social Club in zijn taxi. Barbaro bewondert hem al zijn hele leven en probeert hem over te halen
een nieuwe band met de allerbeste jonge muzikanten van Cuba te formeren. Leiva is niet geheel overtuigd van het idee, maar na kennismaking met de
talentvolle jonge zanger Osdalga en zijn collega's is hij om. Hij gaat
ten volle voor dit project en samen met Barbaro begeleiden ze de
muzikanten bij het samenstellen en opnemen van nieuwe songs. De
opgenomen jam-sessies worden iedere dag op een oude taperecorder in de
taxi gespeeld, in de hoop op eenzelfde succes als met "Buena Vista
Social Club". Het enthousiasme van Barbaro werpt zijn vruchten af en hij
ontpopt zich tot een echte manager. Na een eerste gezamenlijke optreden
in Havana, volgt al snel verder succes en wordt de gehele groep
uitgenodigd voor optredens in Japan. De film vervolgt de tour van de
band in Tokio met als hoogtepunt een aantal zeer succesvolle en uiterst
swingende concerten!

et plezier in het leven
van de Cubaan en het professionalisme in de muziek die de rode draad van
de film vormen. In de film spelen bekende Cubaanse muzikanten mee
waaronder Pio Leiva, El Nene en Joan Felix Edgar, maar ook de Chiki
Chaka Girls en andere bekende bandleden uit o.a. Los Van Van. De film is
mede geproduceerd door Wim Wenders, maker van "Buena Vista Social Club".
| O | ||
Osvalda Farres |
Osvalda Farres Perhaps the most popular song written by Osvaldo Farrés is "Perhaps, Perhaps, Perhaps," recorded by a multitude of artists, including Doris Day, former Spice Girl Geri Halliwell, and Mari Wilson, whose vocals on the song grace the opening credits of the popular British TV series "Coupling." Farrés wrote the song as "Quizas, Quizas, Quizas" in 1947; it was introduced to the U.S. by Nat King Cole on his "Cole Español" album in 1958.
Farrés was born in 1903 in Quemado de Guines, a small town in the central province of Villas, Cuba. He moved to the city of Havana while still young. He tried his hand at a variety of jobs, working as a draftsman, a messenger, a store window decorator, and a bank worker before being hired as an advertising manager for a large brewery. There, he composed slogans and commercials and designed Mardi Gras chariots for the famed Havana carnival. It was during this time that Farrés wrote his first song.
In the 1940s, Farrés hosted one of the most popular radio programs in Cuba, "Bar Melódico de Osvaldo Farrés." Broadcast Wednesday nights at 9 p.m., the program attracted international artists like Nat King Cole and Maurice Chevalier. Farrés continued the series on television, in the same time period.
Farrés' songs were exported from Cuba and translated into different languages. The 1946 film "Easy to Wed" featured "Acércate Mas," sung as "Come Closer to Me." It was performed on the soundtrack by Carlos Ramírez as well as Esther Williams. Also in 1946, the Walt Disney film "Make Mine Music" featured Farrés' "Tres Palabras," sung as "Without You" by Andy Russell. The literal translation of the title is "Three Words." It was originally written when singer Chela Campos asked Farrés to quickly come up with a new song for her to record. Farrés protested he needed time and inspiration, but Campos retorted, "You can write a song in three words!" and the song was born. "I never thought that ‘Tres Palabras' would go around the world," Farrés once said.
His songs were included in many other movies, and performed by artists all over the world. Aside from Cole and Chevalier, his songs were recorded by Edith Piaf, Johnny Mathis, Charles Aznavour, Eydie Gorme, Placido Domingo, and many acclaimed Latin singers.
Farrés' many honors include awards bestowed upon him by the French performing rights society SACEM, BMI, and the Mexican performing rights society SACM. In Cuba, he was awarded the Carlos Manuel de Céspedes Medal, one of the nation's highest tributes. Farrés left his native Cuba in 1962 and never returned, dying in exile in 1985.
| P | ||
Porro |
Porro
Porro is een enthousiaste vorm van blaasmuziek die zijn oorsprong vindt in Sucre, Córdoba en Savanna de Bolivar. De ensembles van koperinstrumenten vinden hun oorsprong in de Europese militaire blaaskapellen. Belangrijke porro-groepen zijn Banda de 11 Enero, La Sonora Cienaguera, Orquesta Climaco Sarmiento en Pedro Laza y sus Pelayeros.
Klik hier voor een voorbeeld.
Zie verder Cumbia
| R | ||
Ruben Blades / Ruben Gonzales / Rumba |
Ruben Blades Bellido de Luna (16 juli 1948) is een Panameese Salsa-zanger, Jazz-zanger, songwriter (rechter, acteur en politici) voornamelijk op het gebied van Afro-Cubaans en Latin-Jazz.
Als songwriter verbeterde hij de gemiddelde teksten van een zeer hoog niveau zoals het zgn "Central American Nueva Cancion" en het "Cuban Nueva Trova" (salsa). Beter te omschrijven als "thinking persons' dance music".
Over de jaren heeft hij vele tientalle muzikale hits gehad waarvan de meest bekenste "Pedro Navaja", een nummer over de buurt waarin je woont waneer je doodgaat(!) Blades vader was een percussionist en zijn moeder pianist en zangeres. hij begon ooit, samen met zijn medestudenten, als zanger en componist in "Los Salvajes del Ritmo" en was regelmatig als zanger te gast bij "professional Latin music conjunto Bush y sus Magnificos".
Zijn Inspiratiebronnen waren "Joe Cuba sextet" and "Cheo Feliciano", welke hij graag imiteerde. Zijn studie bracht hem zelfs tot een hoge graad in politicologie aan de universtiteit van Panana en verhuisde uiteindelijk met zijn ouders via Miami naar New York.
Blades begon zijn muziekale cariere in New York als getallenteerd componist in de postkamer van FANIA RECORDS en hoefde daar alleen nog maar door te breken als zanger. De Postkamer was een prima opstapje en al snel was hij aan het werk met "salseros" Ray Barretto en Larry Harlow. Al snel ging hij ook samenwerken met de trombonist en bandleider Willie Colón en speelde mee op verschillende ablums. Daarnaast ging hij ook samenwerken met de zanger Mon Rivera en de Fania All Stars.
Blades zijn eerste hit van enige betekenis, Pablo Pueblo, kwam van het album Mentiendo Mano (1977) waarvan hij in 1968 al de grondbeginselen had gelegd. Later zou dit nummer uitgroeien tot de onofficiele tune voor de presidents verkiezingen voor de president van Panama.
De samenwerking tussen Colon en Blades op het ablum van Tite Curet Alonso's nummer "Plantación Adentro" werd een enorme hit. Hierna volgde nog een aantal grote hits voor de Fenia Allstars (en gastoptredens daarin). Deze samenwerking tussen Colon en Blades resulterde in een eigen album; "Siembra" (1978) en werd het meest verkochte Salsa album ooit (25 miljoen exemplaren). Elk afzonderlijk nummer van dit album werd een grote hit in vnl de Latijns Amerikaanse landen.
Omdat hij nog aan Fania vastzat moest hij contract nog een aantal albums voor hun schrijven. Dit resulteerde in de eerste Latijnse Opera (Maestra Vida) en zijn opvolger (Canciones del Solar de los Aburridos). maar hierna brak hij met van het label en schreef en performde talloze hits. In 1985 haalde hij nog even tussen door zijn rechten "master degree" aan de universiteit en ging zelfs in de jaren 90 ook nog acteren, in 1994 richte hij een politieke partij op maar dat duurde maar voor kort. Na nog wat muzikale omzwervingen met menig Panameese muzikant is hij in 1987 gaan samenwerken met Paul Simon voor Simon's musica "The Capeman".
Na de Musical ging hij ook nog wat acteren in de films; The Milagro Beanfield War (1988), The Two Jakes (1990), Mo' Better Blues (1990), Color of Night (1994), Devil's Own (1997), Cradle Will Rock (1999), Once Upon a Time in Mexico, met Johnny Depp, Antonio Banderas en Willem Dafoe, hij speelde de rol van de FBI agent die met pensioen was.

Optreden in New Haven CT in 2002
Blades is dan ook een personificatie van de Latijnse versie van de "Renaissance man" en was contineu op zoek naar de grenzen van zijn kunnen en naar nieuwe manieren om muziek te (kunnen) maken. Na een roemruchtig verleden heeft hij in 2004 zijn muzikale cariere ingeruild voor de functie van minister van Tourisme in Panama maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en in 2007 heeft hij zijn muzikale cariere opnieuw opgepakt en is begonnen als presentator van on-line tv show "Show de Ruben Blades (SDRB)" te zien op zijn website www.rubenblades.com Een enorm veelzijdig muzikaal genie waar wij hier in Europa nog niet veel van gehoord hebben . ...maar wie weet. . .
Ruben Gonzales
(pianist Buena Vista Social Club)
Ruben
Gonzalez werd in 1919 geboren in Santa Clara ( overleden 9 12
2003 ). Naast muziek studeerde hij ook geneeskunde. In 1940 vestigde hij
zich in Havana en koos hij definitief voor de muziek. Hij werd in Cuba
bekend als 'de pianoman'. In de jaren veertig en vijftig speelde hij
onder meer in het populaire Cabaré Tropicana en de
orkesten van Arsenio Rodríguez en Enrique
Jorrín.
Internationale bekendheid kreeg
Ruben Gonzalez dankzij zijn medewerking aan het muziekalbum ,,Buena
Vista Social Club'' uit 1997, dat geproduceerd werd door
de Amerikaanse gitaarlegende Ry Cooder, en door zijn
medewerking aan de gelijknamige film van Wim Wenders
uit 1999. De leden van de Club worden beschouwd als de
reizende ambassadeurs van de Cubaanse cultuur.
Rumba Rumba is een muziek-en dansvorm die zijn oorsprong kent in Afrika. Het is een seculiere aangelegenheid met een spontaan karakter.
Het woord zelf komt uit Spanje en betekent letterlijk 'feest'. Een zanger doet zijn verhaal, enkel begeleid door percussie (enkele trommels en een houten blokje). Omstaanders dansen, zingen en klappen mee. Door de slavenhandel is deze manier van (straat-)muziek maken naar het Amerikaanse continent gebracht. Op het eiland Cuba is het genre verder ontwikkeld en heeft het zijn stempel gedrukt op de populaire muziek. De dansmuziek uit de ballrooms van de jaren 1930 heeft zelfs de naam rhumba gekregen. Ook bestaat er een Spaanse rumba en een (weergekeerde) Afrikaanse rumba, beide geïnspireerd op die Cubaanse populaire muziek (son en salsa).
De originele Cubaanse rumba kent drie vormen:
De Yambú:
Een trage vorm, waarin een landelijk verhaal verteld wordt. Meestal om het feest te beginnen, met plaats
voor de dans van de ouderen.
De Guaguancó:
Sneller en vinniger. Een meer stadse vorm waarbij de verleiding in de dans centraal staat.
De Columbia:
Zeer snel en virtuoos. Met een competitief element in een acrobatische solo-dans.
Deze Cubaanse rumba's worden uitgevoerd op de tumbadora's (conga's), de claves en de catá (een soort woodblock). De (rumba-)clave is de ritmische basis. De eerste twee in een vierkwartsmaat, de laatste in 6/8 maat.
De rumba in het stijldansen heeft een vrij traag ritme. Het typische is de heupbeweging op de eerste van de vier tellen. In de basispas gaat dit als volgt: voor (tel 2)- terug (tel 3)- zij (tel 4)- nu pas gewicht op deze heup plaaatsen (tel 1).
| S | ||
Salsa / Samba / Son |
SALSA
Salsamuziek is rond de clave gearrangeerd. Salsamuziek is een muziekgenre van Caribische oorsprong, vooral populair in Latijns-Amerikaanse landen.
Salsa is nauw verwant aan andere Zuid-Amerikaanse muziekstijlen zoals Merengue, Bachata, Cumbia, Cha-cha-cha en de Cubaanse Son en Bolero (in de stijldanswereld bekend als de Rumba).
Salsa heeft een specifieke "Clave", een ritmisch motief waarnaar zowel musici als dansers zich kunnen oriënteren.
Het woord "clave" heeft in de salsacontext meerdere betekenissen. Om te beginnen is er het instrument, twee houten stokjes die clave heten. Het woord clave kan daarnaast ook gebruikt worden om een specifiek ritme aan te duiden (er zijn voorwaarts en tegengestelde claves).
De maat bestaat uit 4 ritmen (beats) van muziek. De zinsnede is 2 maten of 8 ritmen. Dit wil dus zeggen dat er 4 beats in een maat zitten en dat elke kwart noot gelijk is aan een beat. Met deze wetenschap kun je de clave in de muziek horen. Dit is een steeds herhalend ritmepatroon dat over 2 maten (bars) is verdeeld. Er bestaan verschillende clave-patronen. Als er drie noten in de eerste maat worden gespeeld en twee in de tweede maat, dan noem je dit een 3-2 clave. Worden er twee noten in de eerste maat gespeeld en drie in de tweede maat dan noem je dit een 2-3 clave. Respectievelijk 1, 1 ½, 4 - 6,7 en 2,3 - 5, 6 ½, 8.
In elke salsamuziek zul je het clave-ritme kunnen vinden (2/3 of 3/2) ook al hoor je hem niet, in die zin dat het ritme niet door een instrument wordt gespeeld. De clave is de grote gemene deler van de salsamuziek. Clave betekent ook sleutel in het Spaans, maar dan in figuurlijke zin. Dus in de betekenis van "het antwoord, de oplossing".
Mythe van de clave
Voordat de slaven naar Cuba of Puerto Rico kwamen bleven ze een tijd op Curacao, daar werden ze in ketttingen geslagen. Met stukken metaal van deze kettingen vormden ze een soort hak, koebel of clave. In Curacao heet dit “agan”. Hierop sloegen de slaven het ritme van het schuifelen van de voeten, vastgeslagen in de kettingen. De slaven konden twee passen naar voren en drie passen opzij maken voordat ze verscheept werden in het slavenschip naar Cuba! De 2/3 clave of de 3/2 clave van de salsa komt dus van Curacao en werd later in Cuba gespeeld als herinnering aan de tocht naar de Nieuwe Wereld.
|
LUISTER NAAR UITLEG
OVER HET RITME VAN DE CLAVES Met dank aan http://www.rumbalatina.nl |
|
Oorsprong van de Salsa
Over de exacte oorsprong wordt nog wel eens verschillend gedacht. Wel is het duidelijk dat het een muziekstijl is die verschillende Zuid-Amerikaanse muziekstromen combineert. De oudste oorsprong lijkt in ieder geval de Son te zijn afkomstig uit Cuba. In de VS ontstonden verschillende Latin-wijken en werd de interesse in Latin-muziek ook steeds groter. Na de Cubaanse revolutie raakte Cuba geïsoleerd en viel weg als grote drijvende kracht achter de diverse Latin-muziekstromingen. Ondertussen nam de Latin-bevolking in de Verenigde Staten, die vooral bestond uit mensen uit Puerto Rico, verder de ontwikkeling van Latin-muziek voor zijn rekening. De muziek die gedurende de jaren '50 werd gemaakt als voorloper waren was vooral de Mambo en de Bogaloo. Ondertussen werd er ook geëxperimenteerd met Rock and Roll, Latin Jazz en andere Zuid-Amerikaanse muziek. Hierop ontstond midden jaren '60 in New York muziek die vanaf dat moment pas Salsa genoemd zou worden. Dit kwam vooral door de koppeling die gelegd werd met/door het Fania-platenlabel. Wat Motown was voor R&B werd Fania voor de Salsa. De eerste plaat van Fania was "Cañonazo" van Johnny Pachego uit 1964 (medeoprichter van Fania samen met Jerry Masucci). Fania organiseerde ook veel live-concerten waarbij de Fania All-stars optraden d.w.z. alle grote solisten van het label. Dit betekende optredens van hun artiesten zoals: Johnny Pachego, Celia Cruz, Ruben Blades, Hector Lavoe, Ray Barretto, Eddie Palmieri en Willie Colon.
Na en tijdens de Fania-jaren ontstonden verschillende stromingen binnen de salsa zoals:
Salsa Romantica, waarbij een enkele (knappe) zanger romantische liederen zingt over de liefde tussen man en vrouw. Muzikaal gezien is deze salsa vaak niet vernieuwend, maar de laatste jaren zijn jonge vertolkers zoals Victor Manuelle en Marc Anthony erin geslaagd ook muzikaal interessante versies hiervan te maken. Salsa Dura, waarbij in de eigenlijk weer of nog steeds muziek wordt gemaakt volgens het oude Fania-concept maar soms nog swingender en krachtiger.
Timba,de huidige Cubaanse muziekvorm die zich enigzins onafhankelijk van de huidige Salsa heeft ontwikkeld en ondertussen een heel erg swingende en aanstekelijke variant vormen.
In Europa wordt intussen ook interessante muziek gemaakt door bijvoorbeeld:
Salsa Celtica (Cubaanse Salsa Dura uit Schotland), la banda del puerto (timba uit Italië), Gerald y la Ritmica (vernieuwende salsa uit Nederland), Gerardo Rosales (traditionele salsa uit Nederland), Doble Impacto (salsa, merengue, latin uit België/Cuba), Calle Real (timba uit Zweden), en Conexion Latina (Salsa Dura uit Duitsland).
Salsaband
Een salsaband bestaat meestal uit een combinatie van instrumenten zoals de conga's, timbales, bongo, trompet, bas, piano en natuurlijk de claves. Bands als het Joe Cuba Sextet waren de eersten die voornamelijk Salsamuziek speelden, alhoewel mensen als Tito Puente ook een grote invloed op de salsamuziek hebben gehad. Tito Puente weigerde trouwens zijn muziek als Salsa te typeren. Hij sprak liever over Mambo of Latin Jazz Muzikanten.
Belangrijke vroege vertolkers van de Salsa bij het Fania-label zijn/waren onder meer: Johnny Pacheco, Celia Cruz, Ruben Blades, Hector Lavoe, Ray Barretto, Eddie Palmieri en Willie Colon.
Vertegenwoordigers van de Salsa Romantica zijn/waren: Oscar d'Leon, Jerry Rivera, Eddie Santiago, Frankie Ruiz, Gilberto Santa Rosa, El Gran Combo, Grupo Gale, Grupo Niche en recent zijn Son by Four, Dark Latin Groove (DLG), Marc Anthony, La India en Victor Manuelle erg populair.
Vertegenwoordigers van de Salsa Dura zijn o.a.: Spanish Harlem Orchestra, Jimmy Bosch, Wayne Gorbea, en La Excelencia.
Vertegenwoordigers van de Timba zijn o.a.: Los Van Van, NG la Banda, Paulito y su Elite, Klimax, La Charanga Habanera, Manolin, El Medico de la Salsa, Bamboleo, Azucar Negra, Maraca, en Manolito y su trabuco.
DANS
Salsa wordt gedanst op Salsamuziek. Er zijn verschillende manieren om Salsa te dansen: Op de eerste tel (op de een), op de tweede tel (de zogenaamde New Yorkstijl, nauw verwant aan de Mambo), op de drie (veel Antillianen dansen op de 3) of op de 4e tel (o.a. de Son wordt op de 4e tel gedanst).
Salsa is geen statische stijl maar legt de nadruk op beweging. Dat betekent ook dat er geen vaste volgorde is waarin wordt gedanst. De man leidt en bepaalt aan de hand van de muziek ter plekke de figuren. Een set danspassen in een salsadans is onderverdeeld in 8 tellen verdeeld over twee maten van 4 tellen. Omdat de 4e en 8e tel vaak een rust is wordt er vaak op de volgende manier meegeteld: 1, 2, 3.... 5, 6, 7.... Dezelfde tellen worden muzikaal gezien ook wel gegeven als 1 en 2 ... 3 en 4 ..., en wel als één 4/4 maat, wat veel eenvoudiger te begrijpen is.
SALSA figuren
Binnen salsa zijn de volgende figuren bekend; Basic step,right turn, left turn, Cross body, lead, Sailor shuffle, Police men, Butterfly ...
Rueda de Casino
Als de Salsa in een kring wordt gedanst met drie of meer paren, is er sprake van Rueda de Casino, een dansvorm afkomstig uit Cuba. De leider van de Ruedagroep geeft in dat geval met specifieke termen of handgebaren de figuren aan die de dansers gezamenlijk moeten uitvoeren. Er zijn enkele honderden figuren voor de Rueda de Casino, maar of en wanneer die worden ingezet, bepaalt de leider op basis van de muziek. Met geroepen termen of met handgebaren geeft hij aan welke figuren de groep moet uitvoeren. Ook hier is dus geen vaste choreografie
Colombiaanse salsa
De Colombiaanse salsa ontstond onder Cubanen in New York en Puerto Rico, en verspreidde zich snel tot in Colombia, waar artiesten als Fruko en Joe Arroyo de muziek populair maakten. De salsa ontwikkelde zich in een typisch Colombiaanse vorm ook wel genaamd musica tropical. Andere belangrijke Colombiaanse salsa muzikanten zijn Grupo Niche, Alkimia, La Misma Gente, Los Titanes, Los Nemus del Pacifico, Orquesta Guayacan en Grupo Galé.
SAMBA De Samba is een Braziliaanse Latijns-Amerikaanse muziek soort die vooral bekend werd door het carnaval in Rio de Janeiro. Samba is waarschijnlijk ontstaan in de staat Bahia. Het ritme van de Samba komt oorspronkelijk uit Afrika. De naam is mogelijk afkomstig van het Angolaanse woord Semba hetgeen religieus ritme betekent. Volgens onderzoekers is de oorsprong van de Samba te vinden in de ritmes van "Maxixe", "lundu" en "modina". De Samba werd voor het eerst geïntroduceerd in Europa rond 1923, maar werd pas na 1945 populair. Soorten Samba Samba Comum
De kern van deze Sambasoort is over het algemeen de Cavaquinho en de Pandeiro. Het gebruik van de Cavaquinho kenmerkt over het algemeen het verschil tussen Samba Comum en Bossa Nova. Ook wordt altijd een gitaar gebruikt. De zevensnarige gitaar is in Brazilië populair geworden door deze muzieksoort. Bekende Artiesten: Beth Carvalho, Paulinho da Viola, Zeca Pagodinho, Wilson Moreira, Teresa Cristina & Grupo Semente Partido Alto
De Partido Alto wordt vooral gekenmerkt door een grotere invloed van de Pandeiro en het gebruik van Surdo en Tamboerijn. Over het algemeen is de tekst verdeeld in verzen en een refrein. Vaak worden de verzen geïmproviseerd. Bekende Artiesten: Candeia, Jovelina Pérola Negra, Zeca Pagodinho, Arlindo Cruz, Aniceto do Império, Sombrinha, Nei Lopes, Almir Guinéto, Camunguelo Pagode
Pagode is de meest voorkomende sambastijl in Brazilië. Pagode is ontstaan in de jaren '80. In deze sambasoort spelen banjo, cavaquinho, pandeiro, tantan, rebolo en repinique de mão een belangrijke rol. Pagode is een meer informele muzieksoort. Vaak komen groepen vrienden op zaterdag of zondag in een bar bijeen om bier te drinken en samen Pagode te spelen en te zingen. Of in een 'quintal', een plek in de achtertuin om muziek te maken. De teksten zijn eenvoudig en gaan vaak over de liefde. Bekende Artiesten: Jorge Aragão, Zeca Pagodinho, Fundo de Quintal, Raça Negra, Molejo, Grupo Revelação Samba Canção
Een romantische vorm van Pagode.
Bekende Artiesten: Ângela Maria, Nelson Gonçalves, Cauby Peixoto, Agnaldo Rayol, Dolores Duran, Maysa. Samba Enredo
Samba Enredo is een Sambastijl die door de Sambascholen tijdens de carnavals optochten gezongen wordt. De tekst van een Samba Enredo vertelt over het algemeen over het thema dat door de Sambaschool uitgebeeld wordt. De tekst wordt meestal gezongen door een man, begeleid door een cavaquinho en de bateria (slagwerk groep) van de Sambaschool. Andere Vormen van Samba
Bossa Nova
Een jazz variant van samba. Vooral bekend geworden door Tom Jobim. Bekende nummers zijn onder andere Mas Que Nada van Sergio Mendes en Garota de Ipanema met muziek van Antonio Carlos Jobim en tekst van Vinicius de Morães. Samba Reggea
Een niet veel voorkomende uit Bahia afkomstige vorm van Samba. Samba de Breque
Een uitgestorven soort van samba waar de tekst en muziek af en toe onderbroken wordt voor een monoloog of dialoog. Samba de Roda
Een Rituele dans die in sommige plaatsen in Bahia nog steeds voor komt. Jongo
Gelijk aan Samba de Roda maar voor de staten Rio de Janeiro en São Paulo.
Son Son is een stijl van Cubaanse muziek die in de tweede helft van de 19e eeuw in de oostelijke provincie van Oriente voortkwam. Het combineert de structuur en de elementen van Spaanse Canción en Spaanse gitaar met Afrikaanse ritmen en percussie-instrumenten die oorspronkelijk uit Yoruba komen (grootste etnische groep in Nigeria (26 procent van de totale bevolking)). Son is één van de belangrijke elementen van de Salsamuziek. Varianten van de Son bestaan in de Dominicaanse Republiek en in Mexico.
| T | ||
Timbales / Tito Puente / Tres |
Timbales Timbales zijn twee aan elkaar vastzittende, ondiepe metalen trommels met een zeer strak gespannen plastic vel zonder ondervel die op een statief zijn bevestigd. De bespeler van timbales noemt men een timbalero of timbalist.

Timbales zijn ontstaan in de militaire orkesten op Cuba aan het eind van de 19e- en het begin van de 20e eeuw. Ze zijn oorspronkelijk bedoeld als draagbare kleine pauken (in de danzonstijl refereert het timbalepatroon nog steeds aan marsmuziek) en worden in allerlei bands bespeeld door heel Latijns-Amerika heen. De timbales worden bespeeld met dunne stokken (dunner dan drumstokken) en geven een fel, metalig geluid.
Door in het midden, vlak bij de rand of tegen de metalen romp aan te slaan, krijg je allerlei verschillende klanken.
Ze zijn lager gestemd dan bongo's, maar hoger dan conga's. In de Latijns-Amerikaanse muziek worden ze veel gebruikt. Sinds de tweede helft van vorige eeuw speelt de timbalero daarnaast diverse koebellen (meestal een cha-cha-bell en een contracampana), een woodblock, een of twee bekkens, een bombo (basdrum of grote trom) en in de modernere stijlen ook een snaredrum. Veel latin-drummers nemen tegenwoordig het werk van de timbalero over, en verwerken timbales in hun drum-setup.
Tito Puente
Ernesto Antonio Puente Jr., beter bekend als Tito "El Rey del timbal" Puente (20 April 1923 – 31 May 2000) was een van de meest invloedrijkste latin Jazz/Mambo muziekanten.
Als zoon van de Puertoricaanse Ricans Ernest and Ercilia Puente werd "Tito" in Spanisch Harlem (New York), amper 16 jaar, al snel bekend als "El Rey" (koning van) de timbales, "The Mambo King" en "king of latin Music". Hij werd voornamelijk bekend met zijn dansbare Mambo en latin-Jazz composities en bleef dit ruim 50 jaar doen. Buiten vele optredens was hij ook te sien in de films "The Mambo Kings" en "Fernando Trueba's Calle 54" en hij is ooit gast-ster geweest in verschillende televisie-shows waaronder "The Cosby Show" en "The Simpsons".
ijn oeuvre omvat vrijwel alle genres
Zuid-Amerikaanse muziek: van mambo tot salsa en van Afro-Cubaans tot
latin jazz. Zijn rol daarbij is niet alleen die van orkestleider en
percussionist, maar met eigen composities en arrangementen is hij te
horen op piano, altsaxofoon en ook wel eens als
vocalist in het coro.
Deze veelzijdigheid was nog het meest bijzondere aan hem. Zo kon hij in
de meest complete zin vorm en inhoud geven aan zijn muzikale ideeën.
Slechts weinig muzikanten konden hem in deze creativiteit evenaren. Tito is al ruim voor de jaren 50 begonnen met het opnemen van platen. Eerst onder zijn eigen naam (Tico Records) later oa ook voor RCA en Palladium. Buiten de ca 125 LPs die hij op zijn naam heeft staan en talrijke films waarin hij meespeelde zijn er ook nog talrijke gast-optredens bij andere artiesten van voor en na 1950. De eerste bekende LP, uit een van meesterstukken die nog zouden volgen, was zijn best verkochte albums "Dancemania" (RCA).
Tito Punete werd pas in Europa bekend nadat Carlos Santana in 1971 een groot succes had met een bewerking (latin - pop) van het door Tito geschreven "Oye como va". Na het bekend worden in Nederland werd een eerste grote concert in 1979 een daverend succes en de introductie van "Latin" in Nederland was een feit.
Uitgebreidere info / Wikipedia
Tres De tres is een uit Cuba afkomstig gitaarachtig instrument dat met een plectrum bespeeld wordt. De naam tres slaat op de 3-tonigheid van het instrument.
Elke toon wordt voortgebracht door een snaarpaar aan te slaan. De onderste en bovenste snaarparen zijn in oktaaf (bv een lage en een hoge E) gestemd, het middelste paar is gelijk gestemd. Er zijn allerlei verschillende stemmingen in gebruik, de meest gebruikte zijn als volgt:

G-C-E (een C-majeur akkoord), of 1 toon hoger, A-D-Fis (D-majeur akkoord)
De klankkast van de tres is wat kleiner dan die van de gewone Spaanse gitaar. en bij het traditionele model begint de klankast bij de 10e fret. Maar het meest wezenlijke verschil met de Spaanse gitaar is de wijze van bespeling: de akkoordtonen worden 1 voor 1 gespeeld in ritmische, vaak syncopische, motieven, zoals een piano (niet toevallig is de rol die de tres speelt in de cubaanse son in de latere salsa overgenomen door de piano). Behalve in de son, die zijn wortels heeft in de streek rond Santiago de Cuba, speelt de tres ook een dominante rol in de minder bekende cubaanse stijl changuï.
Gitaarachtige instrumenten zoals de laúd, de bandurria, de vihuela en de tiple werden in de 16 de eeuw in Latijns-Amerika geïntroduceerd door Spaanse en Portugese kolonisten. Cubaanse bronnen uit de 17e eeuw maken melding van bandurrias,die immigranten van de Canarische Eilanden gebruikten om hun liederen te begeleiden. In de loop van de tijd ontstonden allerlei regionale en plaatselijke varianten, zoals de cuatro in Puerto Rico, de charango in de Andes en op Cuba de tres. Ze werden gebruikt door de arbeiders op het platteland.
Op Cuba ontstonden verschillende soorten plattelandsmuziek zoals de guajira en de son, beide erg beïnvloed door de Spaanse liedkunst, en de changuï die meer Afrikaanse invloeden verraadt.
De tres wordt het eerst vermeld in verhalen over de trovador Nené Manfugás die eind 19e eeuw in de straten van Santiago de Cuba zong waarbij hij zichzelf begeleidde op een instrument met 3 paren stalen snaren, gemaakt van hout van kistjes waarin vis was verpakt! De bekenste Treseros
Vanuit het oostelijke platteland (de oriënte) veroverde de son eerst de steden in het oosten om zich daarna te verspreiden over heel Cuba. In de jaren 20 van de 20e eeuw ontstonden in Havana de eerste son-groepen als het Sexteto Habanero,met tresero Carlos Godínez, en het Septeto Nacionál van Ignacio Piñeiro, met tresero Francisco Solares. Hun opwindende nieuwe dansmuziek met een hoofdrol voor de tres werd opgenomen en uitgebracht door de Amerikaanse platenlabels Victor en Columbia waardoor de hele wereld kon kennismaken met het aparte geluid van de cubaanse tres.
Één van de meest invloedrijke treseros was en is ongetwijfeld de blinde componist, bandleider en tresero Arsenio Rodriguez(1911-1972) (zie hieronder).
Arsenio Rodrigue Isaac Oviedo
Een andere belangrijke tresero was Niño Rivera (1919), die op zijn elektrisch versterkte tres ook speelde in latin-jazz bands. Andere grote namen: Faustino Oramas (1911) bijgenaamd "El Guayabero", Chicho Ibáñez (1875), Oscar Pelegrín, Viviano Silveira, Isaac Oviedo (1902) en zijn zoon, Papi Oviedo.
Opvolgers van deze generatie treseros zijn bv Francisco Pancho Amat, die meespeelde met het Conjunto Adalberto Alvarez y su Son, en tegenwoordig zijn eigen groep heeft, Juan de la Cruz Antomarchi, Juan D’ Marcos González van de groep Sierra Maestra; Alexis Milán van het nog steeds bestaande Septeto Nacionál; en Orbe Ormide Ortiz Perera, tresero in de groep van Albita Rodriguez, en vele, vele anderen! Onmisbaar in dit lijstje van grootheden: de Amerikaanse tresero Nelson Gonzalez. Cuatro
Deze Cubaanse gitaar is zoals een Tres, alleen is hier een bas-snaar bijgevoegd. Meest gebruikt bij Son in het Oosten van Cuba.
W
![]()
Willie Colon
Willie Colón (28 april 1950, The Bronx, New York) is een Puerto Ricaans-Amerikaans trombonist, zanger en producer van
salsamuziek. Hij is erg invloedrijk is geweest popularisering van de zogenaamde New York Sound die in de 70er jaren de interesse voor
Latijns-Amerikaanse muziek in de Verenigde Staten opwekte. Verder was hij de inspiratiebron voor het album Ghost Boy van Gabriel Rios.
Hij werkte samen met onder andere Héctor LaVoe, Rubén Blades en Celia Cruz.
In zijn werk als muzikant brengt hij ook sociale problemen en politieke meningen onder de aandacht van een groter publiek. Hij is actief lid in veel
verschillende committees en verenigingen, waaronder de Latino Commission on AIDS, hij zit in de directie van de United Nations Immigrant Foundation en hij is
president van de Arthur Schomburg Coalition for a Better New York.
De officiele website van
Willie Colon
(click)
Z
![]()
Zouk
Zouk
Het muziekgenre Zouk is
ontstaan op de Franstalige Caribische eilanden Guadeloupe en Martinique
en is in de eerste instantie groot gemaakt door de band Kassav'.
Van oorsprong is Zouk een typisch Caribisch muziekgenre, gezongen
in het Kweyol (Creools Frans). Het ritme van de Zouk vindt zijn
roots in muziekstijlen zoals de Cadence, Kompa en Soca. Ook in
Brazilië is Zouk populair geworden, maar dan onder de naam Kizomba,
wellicht onder invloed van Portugeestalige Afrikaanse landen.
Bekende andere namen in de zoukwereld zijn: Zoukmachine, Edith Lefel,
Nichols.
Zouk in Afrika
Muziekgenres met een zelfde soort ritme en beat ontwikkelde zich ook in
Zwart-Afrikaanse landen - al dan niet geïspireerd door de Zouk, die daar
in de jaren 1980 werd geïntroduceerd door de band Kassav'. In Afrika is
het per land verschillend welke naam er aan het muziekgenre wordt
gegeven.
Portugeestalige landen
In Angola, Guinea-Bissau, Mozambique, Sao Tomé en Principe en Kaapverdië
kent men Zouk meestal als Kizomba en wordt het gezongen in het Portugees
of Creools Portugees. In Kaapverdië noemt men het ook wel Zouk of
Cabozouk.
Bekende artiesten uit Portugeestalig Afrika zijn onder meer: Philipe
Monteiro, Suzanna Lubrano, Johnny Ramos, Irmãos Verdades, Don Kikas en
Helder Rei do Kuduro.
Franstalige landen
In de Franstalige landen zijn verschillende stijlen ontstaan, vaak met
een sneller ritme dan Zouk, waardoor men er niet op kan "Zouk dansen".
Daarentegen hebben deze genres ook eigen dansstijlen ontwikkeld.
Soukous of N'dombolo in de beide Congo's.
Makossa in Kameroen
Mapouka en/of Coupé Decalé in Ivoorkust
Bekende artiesten uit Franstalig Afrika zijn onder meer: Magic System,
Awilo Longomba, Papa Wemba en Kofi Olomide.
Zouklove
Naast de snellere, uptempo Zouk is een nieuwe, langzame en romantische
stijl ontwikkeld die de naam Zouklove draagt. Zouklove is het meest
vergelijkbaar met de Kizomba.
Dans
Men zou kunnen stellen dat de Zouk de "nieuwe Lambada" is. Omdat het
ritme van de zouk perfect geschikt is om Lambada op te dansen, is in
Brazilië de Lambada de basis van de dans die bij Zouk hoort. Omdat veel
zoukmuziek Franstalig is, noemen Brazilianen Zouk soms de "Franse
Lambada".
De oorspronkelijke Lambada is een vrij snelle dans, die vooral in de
jaren 1980 populair was. De muziek is echter nauwelijks nog in trek. De
dans is rustiger en zwieriger, en wordt daardoor als sensueel en
romantisch ervaren.
Opvallend bij Zouk is net als bij de Lambada het vele "haarzwaaien": het
haar wordt door een knik of draai met het hoofd naar voren -, naar
achteren -, of opzij gegooid. Dit kan zwaar zijn voor de nek. Door het
vele achteroverbuigen van de dames, krijgt ook de rug het zwaar te
verduren. Deze bewegingen schrikken sommige mensen af, omdat ze bang
zijn voor blessures. Toch kan Zouk ook prima zonder deze bewegingen
worden gedanst.
Er zijn ruwweg drie dansen die sterk op elkaar lijken. De langzame en
sensuele Zouk, die gestapt wordt op 1-34 in een vierkwartsmaat (lang-kort-kort)
en veel diepe bewegingen telt, de oorspronkelijke Lambada waarbij wordt
gestapt op 123 en de nadruk ligt op de bewegingen boven de gordel, en
daarom geschikt is voor veel snellere uptempomuziek. En een tussenvorm,
de Lambazouk, die de 123 als basis neemt, maar veel van de diepe
bewegingen van de Zouk heeft overgenomen.
Bronnen oa;
http://www.concentric.net/~scushman/theinstrument.htm
http://www.afrocubaweb.com/ibrahimferrer.html
http://www.mijnkopthee.nl/archive/2005/08/07/ibrahim_ferrer
http://www.rumbalatina.nl/historie.htm
http://www.spaanstaligewereld.nl/cuba.html
http://www.salsa4fun.com/Algemeen/
http://users.belgacom.net
http://cuba.web-log.nl/cuba/2005/12/maria_teresa_ve.htm
http://www.soycubano.com/pena/musica/carlos_pueblai.asp
http://latino.peermusic.com/artistpage2/415.html


Compay Segundo (18
november 1907 – 14 juli 2003), was een Cubaanse muzikant en componist.
Hij werd geboren als Maximo
Francisco Repilado Munoz en groeide op in de stad Santiago.Hij werd
een populair componist en muzikant, zeer bekend bij liefhebbers van
Cubaanse muziek.
Conquistador Diego Velázques veroverde
Cuba in 1512. In 1514 had hij 7 steden gesticht en meer dan 90% van de
inheemse bevolking vermoord. In 1524 begon de handel in negerslaven. De
slavenhandel en het verbouwen van suikerriet en koffie maakten Cuba tot
één van de rijkste eilanden van de Antillen. Aan het eind van de 18e
eeuw streden negerslaven en creolen voor onafhankelijkheid onder leiding
van plantage-eigenaar Carlos Manuel de Céspedes. Hij gaf leiding aan de
eerste onafhankelijkheidsoorlog (1868), ook wel bekend als de Tienjarige
Oorlog. De tweede onafhankelijkheidsoorlog werd aangevoerd door José
Martí. In totaal vielen er aan Spaanse zijde 55.000 doden. In 1898
eindigde de oorlog uiteindelijk door interventie van Amerika. Amerika
bezette vervolgens Cuba gedurende drie jaar. Hierna volgde een
opeenvolging van corruptie, staatsgrepen en dictaturen.
In 1952 kwam Batista aan de macht. Hij
bouwde een dictatoriaal regime op en verleende o.m. privileges aan de
Amerikaanse maffia. Cuba werd in die tijd wel omschreven als het bordeel
van Amerika.
In de jaren vijftig begon de oppositie
zich langzaam te roeren. In Mexico bereidde Fidel Castro samen met de
Argentijnse revolutionair Che Guevara een coup voor. Met niet meer dan
82 personen voer hij in 1958 met een bootje richting Cuba. Na een zware
strijd was de overwinning voor Castro op 1 januari 1959 een feit.
Castro
in een van zijn beroemde en beruchte (urenlange) toespraken
Al vrij snel bleek dat Castro
communistische ideeën had en de beloofde vrijheid iets anders invulde
dan voorzien was. Zo werden bedrijven massaal genationaliseerd en
dissidenten gevangen gezet. De relatie met de Verenigde Staten
verslechterde in de loop van de tijd sterk waarbij het dieptepunt de 'Cubacrisis'
in 1962 vormde. Amerika eiste toen dat Russische raketten op Cuba
verwijderd zouden worden. Uiteindelijk gaf Rusland hier aan toe waardoor
ternauwernood een een nucleaire oorlog voorkomen kon worden. Tot op
heden proberen de Verenigde Staten nog steeds met alle middelen het
Castroregime ten val te brengen. Overigens zonder resultaat, want Castro
is nog steeds de president van Cuba en is daarmee uitgegroeid tot het
langst regerende staatshoofd ter wereld.
Cultuur
Muziek is alles in Cuba. Door het hele
land hoor je de ritmische klanten van de rumba en salsa. Enkele
karakteristieke bands zoals 'Bueno Vista Social Club' zijn ook buiten
Cuba bekend geworden.
Een belangrijk symbool in de Cubaanse
cultuur is ironisch genoeg de sigaar. In Cuba is het roken van een
sigaar - in tegenstelling tot de westerse wereld - geen symbool van het
kapitalisme. Bekende merken zijn Cohiba, Montrecristo en Partagas. Naast
sigaren behoort ook rum tot de glorie van Cuba. De rum wordt gemaakt van
de stroop van gemalen suikerriet. Bekende rummerken zijn Havana Club en
het inmiddels naar het buitenland verkaste Bacardi.
Een
belangrijk en bijzonder onderdeel van de Cubaanse cultuur vormt de
santería: een Afrikaanse-Cubaanse cultus waarbij tijdens bijeenkomsten
de hulp ingeroepen wordt van kwade en goede geesten. 

